dinsdag 29 juni 2010

gewoon mooi spelen

Gisteren was ik niet in staat om (veel) BBO te kijken. Wat Nederland betreft heb ik niet veel gemist, want er werd geen enkele wedstrijd uitgezonden.
Vandaag gelukkig wel twee wedstrijden van het Open Team en één van de vrouwen.
Het is natuurlijk een raar systeem, dat er acht van de eerste achttien wedstrijden meetellen. Maar volgens mij wel beter dan bij het vorige EK, waar geen enkele score uit de eerste fase meetelde. Nederland heeft nog 11 echte wedstrijden te gaan. Vandaag tegen Polen en Estland, vanaf morgen tegen de negen landen uit de andere poule. Vanavond is er eigenlijk pas echt iets van de stand in de finalepoule te zeggen. Dus verder geen bespiegelingen.

Gewoon mooi spelen vandaag, dus. Hier alvast een spelletje ter inspiratie (druk op next voor de uitkomst):



5K is niet zo'n mooi bod. 4S is beter - partner zal naar 5K corrigeren als hij geen vierkaart schoppen heeft. Hoe dan ook, 5K wordt natuurlijk altijd het eindcontract. Hoe gaan we dit spelletje aanpakken?

donderdag 24 juni 2010

tijdstraf en dupliceeerbonus

Een goede overwinning gisteravond tegen Rusland. Maar erg snel ging het niet. Dat vond ook de wedstrijdleiding en die ging eens flink wat straf uitdelen.
Vanuit Amsterdam is lastig te beoordelen hoe het precies zit, natuurlijk. Maar tien VP's straf vind ik grotesk.
De meeste spelers zijn geen voorstander van die tijdstraffen, maar voor de organisatie is het vervelend als wedstrijden eindeloos duren. Het is dus te begrijpen dat ze bestaan.
Ik kan me echter niet herinneren ooit meer dan één VP tijdstraf te hebben gekregen. Één keer heb ik een team er twee zien oplopen. Maar tien VP's - dat kan de bedoeling niet zijn.
Laten we hopen dat na een nachtje slapen het gevoel voor proportie bij de leiding in Oostende terugkeert. Ik ben benieuwd.

Overigens,

bij een jeugd-EK een tijdje geleden heb ik eens een wedstrijd tegen Rusland met 19-13 gewonnen. Dat is nog eens andere koek dan 18-2.
Hoe dat kwam? Er was een aantal spellen verkeerd gedupliceerd en beide partijen kregen op die spellen +3 IMPs...

Da's een ander soort competitievervalsing, denk ik dan maar.

woensdag 23 juni 2010

Nederland wint groep B

Over een uurtje begint het EK in Oostende. Eerst twee poules waar de beste negen landen doorgaan.
Omdat de scores tegen de qualifiers meetellen, zullen de toplanden in de sterkste opstellingen tegen elkaar spelen. De kans is dus aanwezig dat er één of twee outsiders naar de finaleronde gaan.
Hier mijn voorspelling.

Groep A:
1 Italië
2 Duitsland
3 Noorwegen
4 Bulgarije
5 Turkije
6 Frankrijk
7 Hongarije
8 IJsland
9 Letland

Groep B:
1 Nederland
2 Israël
3 Zweden
4 Polen
5 Rusland
6 Engeland
7 Denemarken
8 Estland
9 Roemenië

woensdag 26 mei 2010

ruitenacht



Wat bied je?

Donderdagavond, Nederland-Angelini/IJsland, eerste set. We spelen tegen twee IJslanders die acht down zijn gegaan op vier spellen, maar die we nog niet hebben gedoubleerd. Is dit dan een goed spel om gedoubleerd te verdedigen?

Het gaat tussen 4H, pas en 3SA. 4H valt het eerst af. Als partner geen vierkaart harten heeft zal dat geen succes zijn. Bovendien zouden de kleuren wel eens scheef kunnen zitten. Introevers dreigen. Pas is niet gek, maar ik vond mijn schopjes iets te klein. Ik bood 3SA, ook in de hoop op lange klavers aan de overkant. Druk op next voor het spelverloop.



4H zou geen succes zijn geweest, zoals gevreesd. 3Sx gaat down als je de klaverintroever weet te vinden. Dat zou wel moeten lukken. Na hartenstart ben ik down in 3SA. De ruitenstart gaf me net die extra ruitensnit die ik nodig had.

donderdag 20 mei 2010

transfers of niet

Zoals beloofd hier dan iets van mijn ideeën over omgaan met een volgbod van de tegenpartij. Eerst een waarschuwing: dit systeem kan leiden tot misverstanden, irritaties en puntenverlies.

De uitgangspunten zijn als volgt:
- we proberen te transfereren (of 'switchen') als dat extra ruimte oplevert voor een hoge kleur (ten koste van een lage - niet ten koste van de andere hoge kleur)
- we bieden onze verdeling en kleuren zo snel mogelijk
- het liefst maken we openaar leider (in SA, maar ook in een major als dat kan)

Twee voorbeeldbiedverlopen:

1K (1R)

X 4+H
1H 4+S
1S transfer naar 1SA
1SA natuurlijk
2K 5+K, 10+
2R 5+H, 10+
2H 5+S, 10+
2S zwak
2SA 5+H, 5+S, 8+
3K zwak
3R splinter met lange klaver
3H goede preëmpt
3S goede preëmpt
3SA om te spelen
4K 5+K, 5+H
4R 5+K, 5+S

Meest opvallend zijn 2SA en vier laag. Met een 5-5 loont het om direct je kleuren te bieden, omdat de kans groot is dat links gaan steunen. Als je vijf klavers hebt is er zeker fit (in klaver of je major) en kan je dus direct hoog bieden. Dit zet de tegenstander ook meer onder druk.

1H (2K)

X 4S of (heel) sterk balanced of driekaart fit
2R 5+S, 8+
2H natuurlijk
2S 5+R, 11+
2SA 3+H, inviterend
3K 4+H, mancheforcing of 3H heel sterk
3R 4+H, mixed raise
3H zwak
hogere biedingen geven fithanden aan.

Hier en daar staan puntenaanduidingen bij biedingen. Die geven meer een indicatie dan dat het harde regels zijn. De belangrijkste regel is dat je je kleur(en) moet bieden. Als je AVBxxxx in ruiten hebt en verder niets bied je natuurlijk wel 2S na 1H-(2K). Ook al hoor je daar eigenlijk meer punten voor te hebben.

Het verdere bieden spreekt eigenlijk vanzelf. Het aannemen van een transfer toont een minimum en geeft aan dat je op een non-forcing freebid gepast zou hebben. Het belooft noch ontkent dus fit. Met echte fit zal je normaal gesproken wel hoger steunen...

dinsdag 18 mei 2010

lees de bijsluiter

Ik heb het hier regelmatig over handige biedafspraken. Dat is een onderwerp waarover ik ook in IMP schrijf en soms in Bridge. Natuurlijk noem ik voor- en nadelen en probeer aan te geven wanneer je zo'n afspraak wel of niet zou moeten spelen.
Veel bridgers spelen namelijk veel te veel ingewikkelds. Allerlei conventies, kreten en namedropping op de systeemkaart, maar te weinig begrip waar dit nu eigenlijk voor nodig is. Ik kan het weten, want zo ben ik ook begonnen. Niets was leuker om je eigen systeem te brouwen. Daar is ook niet zo veel mis mee, maar op een gegeven moment ontdek je dat dat niet de manier is om echt beter te worden.
Ik ben van plan om vanaf nu, als ik hier een biedidee bespreek, een bijsluiter bij te leveren. Er zou duidelijk moeten zijn wie het wel en niet zouden moeten spelen.
Omdat ik me hier richt op wat meer ervaren of juist de ambitieuze bridger, dacht ik zelf aan het volgende:
Bij de ontwikkeling van een topbridger onderscheid ik vier niveaus. Overigens moet ik opmerken dat ook bij tegenspelafspraken (waar ook immmers begrip tussen partners van belang is) deze vier niveaus te onderscheiden zijn.

Het eerste (clubniveau) is voor alle clubbridgers. Afhankelijk van je ambitieniveau kan je hiermee tot op hoofdklasse of zelfs tweede divisie niveau goed mee uit de voeten. Voorbeelden van afspraken die 'iedereen' zou moeten spelen zijn Landy (2K volgbod na 1SA geeft de hoge kleuren aan) en één hoog - drie hoog als preëmptieve verhoging (met inviterende handen bied je 2SA). Ook één of andere eenvoudige checkback stayman variant is erg handig.

Als je wat ambitieuzer bent, wil je hogerop naar het competitieniveau. Dit zijn de dingen die ik mijn (top-)aspiranten (nivo plusminus tussen hoofdklasse en eerste divisie) probeer bij te brengen. Belangrijke thema's zijn hier forcing/niet-forcing karakter van biedingen, standaard verdedigingen tegen zwakke openingen, omgaan met volgbiedingen van de tegenpartij, betekenis van 2SA in competitie, dat soort dingen.

Wil je echt een beetje leuk meespelen op Meesterklasse niveau dan is er nog wat meer nodig. Ik noem dit hier maar voor het gemak expertniveau. Je zal uitgebreider afspraken moeten maken over betekenis van doubletten, cuebids (en bijvoorbeeld 4SA biedingen) en een aantal delen van je systeem moeten gedetailleerd worden uitgewerkt.

Als je je echt op (wereld-)topniveau wilt begeven en dus regelmatig kampioen van Nederland wil worden en in het Nederlands team zou willen spelen kom je weer in een volgende fase. Hier zijn uitgebreide regels voor competitief bieden nodig, soms kan je een ingewikkeld biedsysteem leren, voor sommige lastige situaties bedenk je je eigen oplossingen en 'speeltjes'.

Om een voorbeeldje te geven: checkback stayman is iets dat je heel eenvoudig kan spelen zonder veel problemen. Als je verder komt is het verstandig om af te spreken hoe je verschillende handen biedt (bijv. twoway checkback). Vervolgens kom je handen tegen waar je problemen mee hebt. Op hoger niveau moeten deze problemen worden opgelost: je moet 'alle' handen kunnen bieden.
Heel belangrijk is dat je je eerst afvraagt wat het probleem is, en daarna pas aan oplossingen gaat denken. Dit lijkt vanzelfsprekend maar in de praktijk wordt deze volgorde vaak omgedraaid. Men bedenkt de oplossing ('Transfer-Walsh' bijvoorbeeld - naar mijn mening iets wat pas op expertniveau de moeite waard is) zonder zich af te vragen wat het probleem eigenlijk is met 'natuurlijk bieden'.
Nog een laatste opmerking over de niveaus. Op competitieniveau probeer je goede, eenvoudige afspraken te maken. Op expertniveau ga je deze perfectioneren. Op topniveau blijf je schaven en evalueren en moet je bereid zijn afspraken te veranderen of schrappen als ze onvoldoende resultaat opleveren. De typische bijsluiter bij topniveau afspraken is 'don't try this at home'.

Laat ik eens een concreet voorbeeld geven. Op Goan's Panel liet ik me ontvallen dat ik het biedverloop 1K-(1S)-2SA met mijn vaste partner als rode kleuren speel. Dit is een leuk speeltje, en volgens mij is het ook theoretisch te verantwoorden. Maar ik zou het eigenlijk niemand zonder meer willen aanreden om te spelen. Dat moet dus op de bijsluiter. Over het waarom van deze afspraak en de reden dat ik waarschuw voor gebruik ervan gaat mijn volgende blog...

woensdag 12 mei 2010

scouting

Over ruim een maand begint het EK in Oostende.

Opvallende debutant is Agustin Madala (ex-Argentinië) die inmiddels bridge-Italiaan is geworden. Zo worden Fantoni-Nunes opnieuw gepasseerd. Daar is niet iedereen het mee eens. Voor wat het waard is hier nog iets over die kwestie.

Dankzij de live uitzendingen van BBO weten we inmiddels alles over de wereldtopparen. De Italianen zijn zo ongeveer wekelijks te volgen. Nou gebeurt er volgens mij nog niet heel veel aan serieuze scouting. Natuurlijk is het goed om van eigen kracht uit te gaan, maar het helpt als je goed op de hoogte bent van de stijl van de tegenstanders. Een interessant team om te bekijken wat dat betreft is Duitsland. Drie paren met systemen die wat afwijken van wat de rest van de wereld doet. Maar behalve dat spelen ze spelen ook wat 'raar' bridge.
Als illustratie een spel van vanochtend uit de Bonn Nations Cup:



Josef Piekarek bood nu 5K. Niet een bod dat veel topspelers zouden doen, denk ik. Dan lijken me direct 5K (zet de tegenstanders iets meer onder druk) of 4K (laat partner meedenken) beter. 5K gaat zeer waarschijnlijk tenminste voor 500, en de kans dat de tegenpartij ten onrechte vijf-over-vijf gaat bieden lijkt niet zo groot. In de praktijk zat 4H er precies in en was 5K -500. Drie IMPs winst dus voor Duitsland.

Als er zoiets bestaat als een teamstijl dan is de Duitse samen te vatten als volgt:

- ze doubleren vaker voor straf dan de anderen, ook omdat ze veel meer strafdubbels spelen (internationaal is 'alle dubbels take-out' zo ongeveer de standaard)
- ze hebben vaak veel (verdediging) voor hun preempts (waardoor ze dus sneller kunnen doubleren als de tegenpartij zich laat opdrijven)
- ze nemen veel competitieve beslissingen 'op gevoel' (ze redden veel vaker dan anderen 'omdat ze de tegenpartij geloven')

Af- en tegenspel zijn over het algemeen behoorlijk verzorgd. Al met al een lastig team om tegen te spelen. Want ze scoren vaak goed, al gaan ze er ook wel eens enorm vanaf, door eigen toedoen. Ik ben benieuwd hoe ze het is Oostende gaan doen...